Pagina's

Friday, March 3, 2017

De vaart richting winter

Geborgen in een zachte bries nestelen zich de zoete klanken van een lieflijke engelentaal tussen knisperend gras. De winter is in aantocht en zal de geelrode kleurenpracht geleidelijk bevriezen met een koude adem. De bladeren houden zich met alle macht nog even vast aan de gauw hibernerende vegetatie, zoals de vastbesloten Baltische zielen dat deden met hun menselijke ketting die Tallinn via Riga met Vilnius verbond.

Waar de bladeren spoedig de strijd tegen het verval en de zwaartekracht zullen opgeven, hield de door eenheid en vreedzaamheid gedreven hunkering naar Letse eigenheid stand. Zesentwintig jaar later vaar ik in een rode luchtballon over het eigenzinnige, creatieve, maar bovenal vrije Letland. Het land mag zichzelf zijn, en pubert er met gepaste trots en een herleving van de symboliek van weleer flink op los.

Het vuur en de wind brengen ons richting Valmiera. De rivier Gauja baant een pad door dichtbegroeide naaldbossen. Berkenbomen met signaalgele bladeren doemen op als poorten tussen het dieren- en mensenrijk. Er is ruimte. De werelden gaan samen. Herten met kwiek kwispelende staarten en witte achtersten dansen synchroon over een met precisie winterklaar gemaakte, aangenaam glooiende akker.  Een vos met majestueuze staart verspeelt zijn avondmaal. Ik deel een lach met een in minimalisme tevreden levende boerin die me toekijkt vanuit haar houten boshuis. Ze wordt omhelsd door een blauwe wollen trui. Wat zou ik graag een kopje zelfgemaakt kruidenthee met haar willen drinken, een kwarkbroodje met haar delen, en luisteren naar haar verhaal.

Een paarsblauwe gloed verzamelt zich tussen de boomtoppen en het plafond van het wolkendek. De zon is nog net krachtig genoeg zich een weg te banen door de zwakke plekken van de witte deken. De zomer is voorbij. De warmte van het Baltische licht doet echter vergeten dat de ooievaars reeds gevlogen zijn. 

Sunday, February 12, 2017

Friends and façade faces, colours, German haircuts and the longing for these places

The carpet in the Swiss train with its final destination being Zürich, creates a homey atmosphere. A young German hippie-like family discovers my origin through my accent, linking my orange jacket to the nationality as described in my passport. They offer me carrots to make the whole complete. I blush. Laughter is shared. 

A steady breeze blows a spirit of courtesy and intellectuality through the Heidelberger streets, marked with its houses adorned with hints of rusty brown. 

Spring is approaching. Catkins are already visible and the first hay fever sneezes are reluctantly accepted. The locals are colour boosting their environment with a larger percentage of yellow coats than seen elsewhere. 

The university library is the beating heart of this student city. Behind Jugendstil façade faces houses a labyrinth of bookshelves in between which the delightfulness of proper German masculine haircuts can't remain unnoticed. 

Memories of glory days in Lithuania that became part of personalities are revived. The warmth of a friendship and the proximity of recognizable belongings cover me in a blanket of trust. The longing for bonding with historically and cultural rich venues is instigated once again.

The train distancing me from Heidelberg leads me trough picturesque valleys. In the background I softly hear two young guys joking around in Hochdeutsch, in a respectful and conscious volume in order not to disturb other travelers. German manners and politeness. An example. 

Colorific splendor in Heidelberg

Thursday, September 26, 2013

De meeuwen van Linnahall

Het zijn de heersers van de Golf van Finland. De huisdieren van de cruiseschepen die dagelijks Finnen, Zweden en Russen over de golven deinzend naar het beloofde land brengen. Uitgerust met inklapbare steekkarretjes veroveren de noordelingen de alcoholschappen van menig supermarkt en liquor store. Slechts bijzaak voor de monsters met enorme spanwijdte. De meeuwen van Linnahall zijn de bewakers van de kustlijn en laten geen enkel prulletje onopgemerkt aan hun patrouille voorbij gaan. Toen de vlag nog overwegend rood was maar de harten van de Estse bevolking blauw, zwart, wit sloegen werd de uitkijkpost gebouwd. Het geboortekaartje van dit bizarre Sovjet bouwwerk luidde de naam: Vladimir Ilych Lenin Paleis voor Cultuur en Sport. Toen ikzelf minus 10 jaar oud was werden in Moscow de tweeëntwintigste Olympische Zomerspelen gehouden. Taak aan de Estse Socialistische Sovjetrepubliek om het zeilen voor haar rekening te nemen. Nu, meer dan dertig jaar later, ligt het geboortekaartje versnipperd tussen het grofvuil. Het sportpaleis is omgedoopt tot het lieflijk klinkende Linnahall, oftewel, stadhuis. Hoe zoet de naam de gehoorgangen ook betreedt, de identiteitscrisis is een feit. Linnahall is verre van een stadhuis en na de Zomerspelen werden er voornamelijk concerten gegeven. De hoekjes van dit imposante bouwerk brokkelen langzaam af. De optredens die er tijdens Estland's jonge jaren gehouden werden galmen slechts vaagjes na in de kille ruimten omringd met gewapend beton. De fonteinen blijken geen bron van eeuwige jeugd. Het enige wat het kinderlijke nog naar boven haalt zijn de talrijke bonte graffititekeningen en het geschaterlach van de nors uitkijkende vliegeniers: de meeuwen van Linnahall. 

Het dak is een beetje sompig. De meeuwen veren langzaam op en neer wanneer ze pootje voor pootje de poreuze dakbedekking belopen. Er ligt een boek. Een dikke pil. De kustwind lijkt de pagina's in razend tempo door te bladeren. Een van de meeuwen besluit een kijkje te nemen, scheurt vastbesloten een willekeurige pagina uit het boek en struint daarna verder naar een van de vele andere objecten die op hun gedaanteverwisseling naar stof liggen te wachten. Gerinkel doet alle koppen dezelfde kant uitsteken. Een dikke aandachttrekkende meeuw speelt een melodieus toontje door op een aangenaam ritme steeds weer een bierdopje te laten vallen. De uitgescheurde bladzijde vliegt als een papieren vliegtuigje het dak van Linnahall over. Nog voor dat de boekmolesteerder er achter aan kan gaan wordt zijn aandacht gevestigd op een glazen flesje, ontdaan van etiket. In het flesje staat een laagje water waarin een nootje zwemt. Plots wordt het rinkelen van het bierdopje vergezeld door het ritmische tikken van een meeuwensnavel tegen glas. Dat nootje is voorlopig nog wel even veilig. 

De wind komt uit het Noorden en brengt een ware lege chipszakkentornado op gang. Een frisse bries bedekt Tallinn met een dun vliesje Finse puurheid. Slechts 80 kilometer scheidt Tallinn van haar grote norse broer, Helsinki. Finland, het land van sauna, en door velen geclaimd, wodka. Het land van de bolle toeten en wipneusjes, gedrapeerd in kinderlijke maar oh zo geraffineerde designpatronen, stiekem met een toefje zwarte heavy metal. De muziekmakers in Tallinn spelen rustig verder en hebben zelfs een geïnteresseerde toeschouwer voor zich weten te winnen. Deze meeuw, het jonge ventje dat nog niet helemaal goed in de veren zit, kijkt stoer om zich heen. Hij heeft een bijna opgerookte peuk in zijn snavel. Een boot nadert de haven van Tallinn. De passagiers vergapen zich aan de skyline waarvan de letterlijke vertaling 'Deense stad' is. Van architecturale hoogstandjes in kantoor- en hotelbouw tot imposante kerken van diverse geloofsstromingen, Estland glimlacht via zijn trots Talllinn alle gasten tegemoet. Linnahall wordt in alle opwinding over het hoofd gezien, terwijl juist daar de meeuwen een in de vergetelheid geraakte traditie in alle onschuld en oprechtheid in ere proberen te houden. 

De boot meert aan, de alcoholshops worden bestormd. De orde van de dag, gehaast en alle details over het hoofd gezien. De uitgescheurde bladzijde zweeft nog eens voorbij. De wapperende pagina's van de dikke pil spelen met de zonnestralen. Het bewegelijke licht wordt gereflecteerd op het half gevulde flesje. Het nootje deinst op minuscule golven, nog altijd op een veilige afstand van de pikkende meeuw. *Tik- tik tik- tik*. De aandachttrekker is nog steeds gefascineerd door zijn rinkelende dopje. *Ting - ting - ting*. De peukmeeuw loopt zelfverzekerd en op de maat van de muziek af op zijn nieuwe vondst. Hij laat de peuk voor wat het is en stort zich op een ronddollend plastic bekertje. De wind maakt zijn donshaartjes er maar toesterig uitzien. Het maakt allemaal niet uit. *Rrrrr - rrrrr*. Met het rollende stukje plastic wordt een extra dimensie aan het welkomstonthaal toegevoegd. Linnahall, vergane glorie waar het nagalmen van weleer alleen voor de rijken onder ons is weggelegd: degenen in het bezit van de rijkdom van geduld en oog voor detail.