Friday, February 11, 2011

De nachtbus naar Riga

(Voordat ik aan m'n verhaal begin; ik zag net dat dit mijn 100ste blog post is; yippee!!)


Het was koud, heel koud. Ook al had ik een paar poezelige stukjes schapenvacht in mijn beste bergstappers, mijn tenen vroren er alsnog af. Na een korte wandeling kwam ik rond een uur of 1.30 uur aan op het busstation van Tartu. Zoals altijd was ik weer eens een keer veel te vroeg. Ik had nog een dik half uur wachten voor de boeg voor mijn bus naar Riga aan zou komen. Het was stil en ik was helemaal alleen. Af en toe hoorde ik in de verte wat dronken jeugd schreeuwen van plezier. In het schemerlicht van een oud zoemend geel Sovjet lampje genoot ik van mijn warme capuchon en de frisse lucht die ik tijdens de busrit erg zou gaan missen.

Er kwam een jongen aangesjokt. Hij zag er typisch Ests uit; een beetje alternatief. Zijn gebit was slecht, maar ondanks dat glimlachte hij vriendelijk. Hij vroeg me iets in het Ests, en toen ik zei dat ik daar geen woord van kon verstaan probeerde hij in gebrekkig Engels bevestiging te krijgen dat ik ook op dezelfde bus stond te wachten. Hij hoefde niet naar Riga. Zijn bestemming was Valga, een Lets/Ests grensdorp. Inmiddels kwam er ook een jonge vrouw aangelopen. Ze mengde zich in ons gesprek. Ze bleek uit Letland te komen, wat me best verbaasde. Haar Engels was erg goed voor Letse maatstaven en ze was erg open, vriendelijk en goedlachs. Met z'n drieën doodden we de tijd,hoewel de Est het al snel voor gezien hield. Engels bleek toch niet z'n beste kant te zijn.

Normaal gezien zouden we om 02.05 uur vertrekken. Echter, om 02.30 uur stonden we nog steeds in de kou te wachten: geen bus te zien.Net toen we de moed opgaven kwam er een ‘Simple Express’ aangereden. “Finally!”. Op het moment dat we wilden instappen twijfelden we of dit wel de goede bus zou zijn; ‘destination Saint-Petersburg’. Nee dus. Na vijf minuten heen en weer gesjouw met koffers en goed tegen de kou aangeklede dikke moekes werden we weer alleen gelaten. De bus reed weg, en wij bleven al bibberend achter. Rond 02.45 uur kwam er nog een ‘Simple Express’ aan. Dat was ‘m wel! Mijn handen waren inmiddels bevroren en ik keek er naar uit om een paar uurtjes in een warme bus te kunnen zitten. Hoewel… deze gedachte verdween spontaan nadat ik een stap binnensdeur had gezet. Wat een meur! De weeïge vodkalucht kwam me zonder pardon tegemoet. Dit zou nog wel eens een lange, lange nacht kunnen worden. Tijdens mijn ticketcontrole werd ik bruut aan de kant gedrukt door de meest dronken Rus in de bus. Ik vond hem eng en vies. De bus zat redelijk vol, en laat nou net mijn stoel voor de zijne zijn! Ik wurmde me door een smal gangpad vol met aan beide kanten half in coma liggende Russen. De man die voor me zat had het zichzelf makkelijk gemaakt en z’n stoel zo ver als het maar mogelijk was naar achter geduwd. Ik voelde me als een zielig kippetje dat zojuist in een veetransportwagen was geplaatst. Naast de vodkageur drong er plots nog een penetrant aroma mijn neus binnen. De man die voor me in zijn stoel lag (met z’n hoofd nog geen 30 cm van mijn neus) had me toch vet haar! Het was moeilijk niet over m’n nek te gaan.

De Est die naar Valga moest stapte niet in de bus. Ik vroeg de Letse wat er precies aan de hand was. Ze vertelde dat de bus officieel niet nog een keer in Estland mocht stoppen; dat had waarschijnlijk temaken met het feit dat er ’s nachts geen paspoortcontroles aan de grens worden uitgevoerd. Vreemd verhaal, ik snap zelf eigenlijk nog niet hoe dat nou precies zit. Een Russische vrouw stond voor in de bus te controleren wie er precies allemaal meegingen. Om deze controle te omzeilen had de buschauffeur de Est gevraagd om even om de hoek te wachten. Even voor 03.00 uur vertrokken we dan eindelijk. De Russische controledame bleef eenzaam achter op het busstation van Tartu. Meteen na de eerste bocht stopte de bus en werd de Est binnengelaten. Apart.

Ik probeerde een comfortabele zithouding te vinden, ondanks het feit dat ik eigenlijk geen ruimte had. Net toen ik mijn ogen sloot om de tijd wat sneller voorbij te laten gaan voelde ik een hand mijn arm beetpakken. Ik keek boos naar achteren en besefte dat de dronken Rus me zojuist had aangeraakt. Ik vond het helemaal niet prettig en vertelde de Letse naast me wat er zojuist gebeurde. Ze zette een boos gezicht op en keek de dronken Rus vol afschuw aan. Dat werkte; hij heeft me niet meer aangeraakt. Ik probeerde de vieze luchtjes even achterwege te laten en een beetje te slapen. Dat lukte aardig goed. Iedere 45 minuten ontwaakte ik kort uit mijn slaap. Iedere keer dat dat gebeurde voelde ik me helaas enorm misselijk. Ik had echt gedacht dat het ieder moment mis zou kunnen gaan en dat ik nog een vies luchtje aan de bedorven bus geur toe zou voegen. Gelukkig was ik zo moe dat het er niet van kwam.

De buschauffeur wist het gaspedaal goed te vinden. We lagen prachtig op schema, ondanks het feit dat we een uur te laat vertrokken waren. Het voelde meteen goed toen we Riga stad naderden. Stiekem voelde het een beetje als thuiskomen. Plotseling kon ik weer begrijpen wat de vele reclameborden allemaal wel niet voor geweldigs aanprezen. De Estse woorden die ik tot nu toe ken zijn op twee handen te tellen. Ik realiseerde me dat mijn Letse vocabulaire toch wel iets groter is dan ik had gedacht. Een opgelucht lachje verscheen op mijn gezicht toen ik de televisietoren van Riga zag. Ver kon het niet meer zijn.

Om 06.00 uur stapte ik uit de bus, genietend van een flinke dosis frisse lucht. Ik vervolgde mijn weg richting huis, wat ongeveer vijf minuten lopen is vanaf het station. Het was koud en er was geen mens op straat te bekennen. Al klappertandend liep ik door het bont beschilderde tunneltje richting de binnenstad. Opeens spotte ik een hele lieve, moe uitziende Duitser in de verte. Felix! Als verrassing kwam hij me even tegemoet lopen. Ik vertelde hem over mijn bizarre reis, maar besefte al snel dat deze trip 100% de moeite waard was.